Drakencirkel

In het tweede deel worden de verdere avonturen beschreven van de vier Aardgeesten. Een fantastische queeste waarin zij met behulp van hun oude vrienden niet alleen opnieuw hun nieuwe wereld moeten redden maar ook de aarde. Geholpen door Elfen, Trollen, Dwergen en vele andere vrienden gaan ze op pad. 

Cover_Drakencirkel

De lang geleden verbannen drakenrijders ontsnappen uit hun verbanningsoord en terroriseren Gaea. Merlijn en Marlie zijn na de redding van Gaea naar de aarde teruggegaan maar zij voelen zich daar niet meer thuis. Als ze een jaar terug zijn op aarde verschijnt boven New-York een draak en in een visioen ziet Merlijn dat Kiro de “Staf” van Barlin de Eerste nodig heeft om niet alleen Gaea van de ondergang te redden maar ook de aarde.  Ze moeten een manier vinden om terug te keren. De draak wil hen meenemen naar Gaea maar hij doet dat alleen als hun oude vijand, Zolvan de ex magister van Zilverberg mee gaat. Zolvan blijkt in het bezit van een magisch artefact, de “Tand” van Morgrit de Eerste Draak en  de draken hebben dit artefact nodig. Zolvan wil het echter gebruiken om zelf de macht op Gaea in handen te krijgen, met de Tand kan hij de draken aan zich onderwerpen.  Als de draak hen door de poort brengt krijgen ze een onverwachte passagier mee. Het is de FBI agent Mark Stevens die hen er van verdacht meer te weten over de vreemde gebeurtenissen in New-York, daarom heeft hij besloten hen tot het bittere eind volgen. Hebben Marlie en Merlijn er weer een vijand bij en zullen zij Kiro op tijd weten te bereiken om de ondergang van zowel Gaea als de Aarde te voorkomen?

Hieronder volgt de proloog van Drakencirkel.

ISBN: 978-94-6089-991-1
Illustratie cover: Merel Everaerts

Proloog 

Met een trage, oorverdovende beweging van haar vleugels, daalde ze uit de hemel neer met een gemak alsof er geen zwaartekracht bestond. Het jong kroop onder de vaalgele buik vandaan en trok zich omhoog langs gekartelde schubben. Rena zakte door haar poten en vlijde haar lichaam tegen de harde grond. Schubben kraakten en hete adem sproeide vuur en zwavel over de helling naar beneden. Uren later steeg Gever op boven de horizon en verlichtte de heuvels met een zilverblauwe gloed. Alle draken en hun rijders sliepen, totdat ergens achter een van de zilveren heuvels een felle straal licht de lucht in schoot en meteen weer doofde.

Rena opende haar ogen en zag het licht. Explosies van kleur, pijn en begrip streden om voorrang en baanden zich een weg naar het epicentrum van het enorme brein. Een flits van herkenning trok als een schreeuw door miljarden zenuwbanen, tot ze bijna het bewustzijn verloor. Gepantserde oogleden trilden en trokken omhoog. Gouden spiegelogen namen de omgeving in zich op en haar blik bleef rusten op de anderen aan de voet van de heuvel. Meer kon ze op dit moment niet. Spieren en zenuwen weigerden mee te werken en verplichtten haar roerloos te blijven liggen. Rena herinnerde zich alles weer. Turend onder half geopende oogleden dwaalde haar blik naar de blauwe maan aan de horizon van de gruizige vlakte. Ze wist hoe ze hier terecht waren gekomen en wie hen dit had aangedaan. Ze wist hoeveel millennia ze hier al opgesloten zaten en dat ze in de oude tijd de belangrijkste wezens op hun wereld waren geweest. Alle andere draken hadden dezelfde ervaring ondergaan als zij. Meteen gaf ze hen opdracht hun hernieuwde kennis te verbergen voor de rijders. Uit niets mocht blijken dat hun vermogens aan het toenemen waren. Als ze het voorzichtig speelden kon er een eind komen aan hun verbanning en aan de heerschappij van de rijders. De rijdermagiërs waren sterk, ze hadden machtige magie, gestolen magie. Millennia lang tapten zij de magie van hun onderworpenen af om zichzelf sterker te maken. Daar ging nu een eind aan komen, wist ze. Een nieuw soort magie had de poort van hun gevangenis geopend, had hen een deel van hun krachten teruggegeven. Krachten die herinneringen opriepen aan het verleden. Misschien had eindelijk het verloren deel van Morgrit, de “Oude Eerste” zich geopenbaard.

Ooit, in een ver verleden, toen de draken nog op aarde leefden en alle magische volkeren met elkaar in oorlog waren, verloor Morgrit haar tand in een gevecht tegen de reuzen van Artlandas. Uiteindelijk versloeg Morgrit de reuzen en voorkwam daarmee de ondergang van de draken en van het elfenrijk. Na deze bloedige oorlog bouwden de Curlanen, het volk dat eens uit de ruimte kwam en de oude aarde koloniseerde, een kunstmatige planeet. Dit deden zij door de vier gigantische ruimteschepen, waar zij ooit mee aankwamen, aaneen te smeden met de magische pyrlietenergie. Met magie en gigantische machines schiepen zij hun nieuwe wereld uit materiaal van de oude Aarde en noemden haar Gaea. Wat in hun taal “thuiswereld” betekende. De gaten die hierdoor in de oude  Aarde ontstonden vulden zich met het smeltende water van de gigantische ijskappen op de noord- en zuidpool waardoor de oceanen ontstonden. Samen met de draken, elfen, dwergen, magiërs en vele andere volkeren die genoeg hadden van de al millennia durende oorlogen, verplaatsten zij hun nieuwe thuiswereld in tijd en ruimte. Als dank voor het verslaan van de reuzen gaf de elfenkoningin Melinda, Morgrit de Eerste een nieuwe tand, een tand die zij gevormd had uit het zuivere middenwereldkristal van hun nieuwe wereld. Melinda versterkte de natuurlijke magie van de Tand door er een spreuk van eeuwigdurende vriendschap tussen draken en elfen in te verweven. Lange tijd leefden alle volkeren in vrede op hun nieuwe wereld, tot uiteindelijk een kleine groep zwarte magiërs de macht op Gaea probeerden te verkrijgen in een poging de draken aan zich te onderwerpen. De draken gaven zich niet zomaar gewonnen en dit betekende bijna het einde van Gaea. De vier aaneengesmede schepen, die de basis vormden van Gaea, dreigden uiteen te scheuren. Deze periode zou later bekend worden als de Eerste Scheuring. Uiteindelijk wisten de zwarte magiërs de draken aan zich te onderwerpen. Enkele machtige magiërs onder de Curlanen, Barlin de Eerste en Mertonen, voorkwamen de verwoesting van de planeet. Met een list en magie wisten zij de draken en hun rijders te verbannen. Alleen Morgrit, de Eerste onder de draken, werd niet mee verbannen want zij was stervende. Zoals elke draak die op het punt staat te sterven, verliet Morgrit haar thuiswereld en verdween tussen de sterren. Voordat zij vertrok gaf Morgrit haar geschenk terug aan de elfen, die het op een geheime plaats verborgen, met de belofte het artefact terug te geven aan het drakenvolk als hun verbanning ooit zou worden opgeheven. Maar met de verbanning van de draken verdwenen ook de elfen van Gaea en de Tand leek voor altijd verloren.

Rena lag onbeweeglijk op de top van de heuvel en wist dat hun tijd nabij was. Als de Tand zijn weg teruggevonden had, konden ze de onderdrukkers verslaan en de vernederingen van zich afwerpen. Maar eerst moest het voorwerp van hun dromen zich openbaren en zijn bestemming vinden, tot die tijd waren ze afhankelijk van hun rijders. Pijn is niets voor een tienduizenden jaren oud wezen en binnen één ademtocht ging het voorbij. Rena kon weer denken en moest zich inhouden om het niet uit te brullen van vreugde. Zorgvuldig verborg de leidster haar groeiende vermogens diep in haar brein. Een plek waartoe alleen zij toegang had. Een plek waar zelfs de rijders niet bij konden komen. Alle andere draken volgden haar voorbeeld, daar zorgde het collectieve geheugen voor. Daarom wisten zelfs de jonge draken vanaf hun geboorte hoe ze dit deel van hun brein verborgen konden houden.
Ren de drakenrijder ontwaakte slechts een oogwenk na Rena’s bewustwording en liet meteen bericht uitgaan naar de andere rijders. Opgewonden schoten hun gedachtegolven naar de breinen van de draken. Ze vonden niets wat hun verontrusting wekte. Er heerste een gevoel van opgewonden verwachting onder de drakenrijders. Iets had het magische slot van hun gevangenis geopend en de weg vrijgemaakt voor een terugkeer naar hun thuiswereld. Opnieuw zouden ze regeren over alle volken. Geen magiër van de oude wereld kon hen stoppen, want ze waren te machtig geworden. Geen schepsel was tegen hen bestand, want zij waren de gebieders van de draken. Binnen een halve maanstonde waren hun plannen gemaakt en werden de gebieden van de oude wereld onder hen verdeeld. Gezeten op de ruggen van hun gigantische rijdieren, vlogen ze naar de Vlakte van Verplaatsing achter de Stralende Berg. Staande in de kring van thuiskomst, duizenden jaren geleden door hen gebouwd, zong Avar het lied van verplaatsing en Njord begeleidde hem op zijn magische fluit, gesneden uit het bot van een drakenjong. De vlakte, met alles wat erop stond, verdween.

Als je nieuwsgierigheid is gewekt kan je de rest lezen in het boek “Drakencirkel”.

Binnenkort vanaf deze site te downloaden als e-pub

 

Reageren is niet mogelijk