Zaansche Molens

Verdwenen molens uit de Zaanstreek.
Een stukje verder op deze pagina staat het begin van de serie “Verdwenen molens”. Met de Duinjager meegeteld (per slot van rekening is die opgegaan in de molen hieronder “De Kat”) zijn het er nu zes. Ik ga hier mee door zolang ik interessante molens kan vinden en waar genoeg beeldmateriaal van voorhanden is. Het moet er authentiek uitzien en ook de omgeving moet zoveel mogelijk kloppen.  Van de meeste molens zijn uiteraard slechts zwart-wit foto’s te vinden maar kleuren zijn tijdloos en mijn fantasie doet de rest. Bij alle molens heb ik een stukje geschiedenis vermeld. Het prinsenhof is uiteraard nog steeds aanwezig maar ik heb hem wat nostalgischer  gemaakt.

De Kat (verfmolen): Geschilderd op linnen 50 x 70 cm. Acryl met water dragende olieverf. 2013

Verfmolen De Kat

Geschiedenis:
Molen ‘De Kat’ is een oorspronkelijk in 1781 gebouwde achtkante bovenkruier met stelling, die sinds de gedeeltelijke herbouw in 1960 tot verfmolen is ingericht.
De landschappelijke betekenis van de tussen de molens ‘De Zoeker’ en ‘De Poelenburg’, nabij de Zaanse Schans en aan de Zaan gelegen molen is groot.
Omstreeks 1646 werd op deze plaats een verfmolen opgericht, waarvoor een op 11 januari 1646 gedateerde windbrief werd verleend aan Adriaen Gerritsz. van Someren. Deze molen werd later tot oliemolen verbouwd, misschien in of kort voor 1689, want op 13 juli van dat jaar werd hij als zodanig in een assurantiecontract opgenomen. Op 27 november 1782 ging hij door brand geheel verloren, maar werd weer herbouwd. In 1904 werd de sinds 1772 in bezit van de familie Honig zijnde molen verkocht aan de firma Vis Pz., die hem tot stellinghoogte liet afbreken en onderbouw en schuur in gebruik nam als opslag- en droogplaats voor krijt. In 1960 werd op deze onderbouw en schuur het bovenachtkant van de elders uit Zaandam afkomstige molen ‘De Duinjager’ geplaatst.

Molen De Duinjager: olieverf op linnen 60 x 50  2016

De Duinjager


Geschiedenis:
‘De Duinjager’ moet omstreeks 1696 in het Oostzijderveld zijn gebouwd, want de windbrief was gedateerd 1 augustus 1696 en uitgereikt aan Adam Jansz. Duyn, waarmee de naamgeving verklaard lijkt te zijn. De als snuifmolen gebouwde molen werd echter al spoedig tevens tot verfmolen ingericht. Op 17 juni 1781 ging hij door brand verloren, maar werd weer opgebouwd.
Omstreeks 1900 werd de molen gebruikt voor het malen van krijt en later voor het malen van brokken steenkool. De verpulverde kool werd na te zijn gebuild afgenomen voor gebruik in ijzergieterijen Al voor de Tweede Wereldoorlog was er in de molen een dieselmotor als hulpkracht om het gaande werk aan te kunnen drijven. Dit gaande werk bestond aanvankelijk uit twee koppels maalstenen en vijf koppels kantstenen. De maalstenen lagen op de eerste zolder en vier van de vijf koppels kantstenen stonden in het onderachtkant op de begane grond. Het vijfde koppel stond in de westschuur. Hier werd vanuit de molen met een lange as aangedreven. Een van de koppels maalstenen is later beneden opgesteld. De molen is tot maart 1947 op windkracht in bedrijf geweest. Bebouwingsplannen voor het Oostzijderveld hadden tot gevolg dat hij op de oorspronkelijke standplaats niet kon worden gehandhaafd.
In 1959 is de molen gesloopt en in het daaropvolgende jaar zijn bovenachtkant en kap verplaatst naar de onderbouw van molen ‘De Kat’ te Zaandam. Sindsdien wordt de molen weer regelmatig in werking gesteld. (Deze tekst is overgenomen van de website van verfmolen De Kat)

De Schoolmeester: (papiermolen) Geschilderd op linnen 50 x 70 cm. Acryl 2013

Molen De Schoolmeester

Geschiedenis:
De eerste Zaanse papiermolens maakten alleen grauw, blauw basterd en bordpapier, zoals de molen De Schoolmeester dat nog steeds doet. De fabricage van witpapier volgde pas later. Aan de Zaan werd een aantal belangrijke vindingen gedaan, waaronder de maalbak of zgn. ‘Hollander’. Het principe van het papiermaken bestaat uit het vervezelen van textielafval zoals bijvoorbeeld lompen, oud touw en viswant. Door gebruik te maken van de maalbak kon men het proces van papiermaken tot een kwart van de tijd beperken en de kwaliteit van het product aanzienlijk verbeteren. Mét succes, want aan het einde van de 17e eeuw telde de Zaanstreek zo’n 40 papiermolens, alle ingericht met twee of drie schepkuipen. De Schoolmeester was sinds 1692 steeds in handen geweest van gelijktijdig één of twee eigenaren, maar vanaf 1 januari 1977 was dit nog in die van één, namelijk Vereniging De Zaansche Molen. De Schoolmeester maakt Zaansch Bord, een stevig papier in verschillende maten en kleuren. Er worden kaarten mee gemaakt en het wordt gebruikt door boekbinders en kunstenaars. In juni 2002 werd een 4 jaar durende restauratie afgesloten waarbij de gehele fundering en de houtconstructie van de droogschuur onder handen werden genomen. Dit was de grootste restauratie voor de vereniging tot dusver. De kosten hiervan bedroegen ca. € 450.000,00.-.


De Koker: Geschilderd op linnen 50 x 70 cm. Acryl 2015

Molen De Koker

Geschiedenis:
De geschiedenis van De Koker gaat terug tot 1592, het jaartal waarin de meelmolen voor het eerst werd genoemd. Samen met andere molens werd het meel gemalen voor het scheepsbeschuit en voor het stijfsel waarmee kanten kragen in vorm werden gehouden. Het scheepsbeschuit werd gegeten aan boord van de schepen van de VOC en WIC. Scheepsbeschuit was voedzaam en bleef heel lang goed. De Koker is de enige nog bestaande meelmolen die het meel voor scheepsbeschuit maakte. In de 19e eeuw verbrandde de molen en werd na te zijn herbouwd getroffen door de bliksem. Dankzij een meelmolen uit Graft kon De Koker opnieuw worden herbouwd. In1928 raakte de molen in onbruik om 20 jaar later in deplorabele toestand te worden toegevoegd aan het bezit van De Zaansche Molen. Uiteraard werd De Koker gerestaureerd. Bijzonder is dat de molen tot aan het einde van de 19e eeuw van graan werd voorzien door middel van een bootje dat tot in de molen voer.


Het Jonge Schaap: Geschilderd op linnen 50 x 70 cm. Acryl gecombineerd met waterdragende olieverf. 2015

Het Jonge Schaap

Geschiedenis:
Deze bovenkruiende houtzaagmolen aan de Kalverringdijk (Zaanse Schans) werd gebouwd in 2007 en is daarmee de jongste aanwinst van Vereniging De Zaansche Molen. Ooit stond de molen in het Westzijderveld, achter het NS Station van Zaandam.  Toen de eigenaar in 1938 te kennen gaf de molen voor afbraak te willen verkopen, werd met man en macht geprobeerd dit te verhinderen. Maar zonder resultaat: in 1942 gaf het departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming in Den Haag uiteindelijk alle verzet tegen de sloop op en was het lot van Het Jonge Schaap bezegeld. De molen werd gesloopt. Maar niet onbelangrijk: Het Jonge Schaap is vóór de sloop in detail opgemeten door de Alkmaarse molenbouwdeskundige Anton Sipman. Aan de hand van tekeningen van Anton Sipman (1906-1985), verbonden aan de ambachtschool, en met behulp van moderne computertechnieken kon met de herbouw worden gestart. Na jarenlange voorbereidingen ging op 24 september 2005 de eerste paal de grond in. Op 27 september 2007, dus precies twee jaar later, is de molen geopend door de ereleden Jan Meurs, Ton Neuhaus en Kees Knijnenberg. De realisatie van Het Jonge Schaap is tot nu toe het grootste project uit de rijke historie van de vereniging. De investering bedroeg een kleine 1,9 miljoen euro, gedekt door aanzienlijke subsidies van de Provincie Noord-Holland, de Gemeente Zaanstad, grote en kleine sponsors, donaties en eigen ledenacties. De supervisie lag in handen van Stichting Het Jonge Schaap en de realisatie werd gedaan door Architectenbureau Zijlstra-Schipper (Wormer), aannemer Hillen & Roosen (Amsterdam), molenmakerij Saendijck (Zaandijk) en gespecialiseerde onderaannemers zoals rietdekkers en smeden.


De Gekroonde Poelenburg: Geschilderd op linnen 50 x 70 cm. Acryl 

De Gekroonde Poelenburg

Geschiedenis:
Net als veel andere molens kent De Gekroonde Poelenburg een lange en complexe geschiedenis. Lange tijd werd als bouwjaar 1869 aangehouden, maar tegenwoordig denkt men aan 1866 of 1867. In 1960 moest de molen verhuizen omdat de gemeente er een nieuwe woonwijk met de naam Poelenburg ging bouwen. De molen kwam in 1963 naar De Zaanse Schans op de plek waar ooit De Grootvorst stond en is sindsdien eigendom van De Zaansche Molen. In 1991 werd er een stijlvolle houtloods naast de molen gebouwd. De Gekroonde Poelenburg is nu een zeldzaam type molen: ooit stonden er ruim 200, nu zijn er in de Zaanstreek nog 2 over.  Die tweede molen is De Held Jozua in Zaandam. In 2004 werd begonnen met een grondige restauratie van de molen, waarbij de buitenkant opnieuw met planken werd opgebouwd en in de oorspronkelijke groene kleur werd geschilderd. Toen werd ook de getrapte weeg (de deels elkaar overlappende wand van planken) van het molenlijf weer in ere hersteld. In 2008 werd bij een onderhoudsbeurt de kleur iets donkerder uitgevoerd.


De bleke Dood: Geschilderd op linnen 50 x 70 cm. Acryl 2012

Molen De Bleeke Dood

Geschiedenis:
Zaandijkers hebben altijd geleefd tussen Het Leven en De Dood. De watermolen Het Leven (1633-1904) stond in het uiterste noorden van het dorp en de meelmolen De Bleeke Dood in het zuiden. Zeker tot midden negentiende eeuw waren bakkers verplicht hun tarwe tot meel te laten malen in de dorpsmolen en die functie vervulde molen De Bleeke Dood in Zaandijk. Toen deze verplichting verviel, raakte de molen in verval en zo heeft De Bleeke Dood met een onttakeld molenlijf lange tijd het dorpsbeeld van Zaandijk ontsierd. Hoog torende het kale molenlijf boven zijn naaste omgeving uit. In de eerste helft van de jaren dertig verloor hij bijna alles wat een molen uiterlijk tot molen maakt: zijn wieken, zijn ‘staart’ en zijn stelling. In 1950 werd Vereniging De Zaansche Molen eigenaar van de meelmolen. Meteen werden er plannen gemaakt om De Bleeke Dood weer tot leven te wekken. In 1954 was het zover en na een ingrijpende restauratie kreeg Zaandijk er een waardevol monument bij. In 2001 werd de molen opnieuw gerenoveerd. De Bleeke Dood maalt weer voor de bakkers in de buurt.
Voor de liefhebber: De Bleeke Dood is de oudste nog bestaande houten stellingmolen van Nederland.

De Woudaap: Geschilderd op linnen 50 x 70 cm. Acryl 2015

De Woudaap

 

 

 

 

 

Geschiedenis:
Molen ‘De Woudaap’ is een in of kort na 1651 gebouwde achtkante bovenkruier. Hij bemaalt de 710 ha grote Krommenieër-Woudpolder op de Schermerboezem.
De landschappelijke waarde van de in een open weidegebied en aan de Nauernasche Vaart gelegen molen is groot.
Op 14 maart 1651 werd octrooi verleend tot bedijking van een veenachtig gebied, dat nadien de polder ‘t Woud zou worden genoemd. In het zuiden grensde deze polder aan de polder Krommenie die ongeveer gelijktijdig ontstond en eveneens werd bemalen door een achtkante molen. Deze molen, ‘De Pulp’ genaamd en vermoedelijk later veranderd van binnenkruier tot buitenkruier, was in 1864 nog uitgerust met een scheprad. Hij stond ca 1,25 km ten zuiden van de Woudaap, ook aan de Nauernasche Vaart. In 1877 werd hij afgebroken en verrees op zijn plaats een stoomvijzelgemaal dat later werd geëlektrificeerd en van een pomp voorzien.De molen ‘De Woudaap’ die in 1864 werd vervijzeld is nog steeds regelmatig voor de bemaling van deze polder in bedrijf.

 

Van links naar rechts: Oliemolen De Zoeker: Verfmolen De Kat: Houtzaagmolen De Gekroonde Poelenburg.
Linnen 80 x 40 cm. Acryl 2016

schans3molens

 

 

 

 

Molen De Zoeker werd oorspronkelijk rond 1676 gebouwd in Zaandijk waar hij ten zuiden van de Sluissloot stond, ten westen van de latere spoorlijn Amsterdam – Uitgeest. De molen bleef met enkele onderbrekingen tot 1968 op deze plek in gebruik. In augustus 1968 volgde een spectaculaire verplaatsing waarbij het achtkant ‘s nachts over de bovenleiding van de spoorlijn werd getild. Aan de Zaan werd op een perceel waar ooit oliemolen De Wind stond een plek gevonden voor de molen. De Zoeker is op deze plek op de Zaanse Schans een trekpleister geworden. De molen draait ‘s zomers dagelijks op professionele basis. Later is in Zaandijk een school vernoemd naar de oliemolen. De molen is eigendom van de vereniging De Zaansche Molen.

 

Verdwenen molen De Pet. 


 

 

 

 

Geschiedenis:
De molen stand tegenover de Marga Klompe straat waar nu het flatgebouw Zaandijk staat, vlak langs de spoorbaan.
De windbrief voor De Pet werd op 20 juni 1725 uitgereikt aan Pieter Gerritsz. Kegh. Over de vroege geschiedenis van de Pet zijn verder niet veel gegevens bekend. De molen kwam in het jaar 1808 in handen van de familie Plekker, zij zouden de molen de rest van zijn bestaan beheren en gebruiken. De familie Plekker werkte in loonzagerij met de molen, wat inhield dat er in opdracht voor o.a. handelaren en timmerlieden hout werd gezaagd. De Pet was een van de molens die tot het laatst aan toe in bedrijf werd gehouden. In de jaren 20 van de vorige eeuw liet eigenaar Willem Plekker naast de molen een elektrische zagerij oprichten, die was gehuisvest in een klein stenen gebouwtje. De molen werd steeds minder gebruikt en niet goed onderhouden en in 1937 verkocht Willem de molen aan een slopersfirma uit Oostzaan. In 1938 werd de molen gesloopt. De Pet was de laatste paltrokmolen die in Nederland werd gesloopt. In de Zaanstreek hadden we alleen nog de “Held Jozua” en “de Gekroonde Poelenburg. De zagerij van de familie Plekker verdween voor de aanleg van Westerwatering.  (Uit boeken van P.Boorsma en T.Neuhaus)

Het Prinsenhof: Westzaan Olieverf op linnen 40 x 40


 

 

 

 

 

 

Geschiedenis:
Het is een pelmolen in het noorden van de plaats Westzaan in de Nederlandse gemeente Zaanstad. De molen staat in het Westzijderveld aan de Weelsloot en is lopend via het Relkepad (achter J.J.Allanstraat 384) te bereiken. De molen werd in 1722 gebouwd en is tot 1899 gebruikt voor het pellen van gerst tot gort. Daarna werden cacaodoppen 20 jaar lang verwerkt. Rond de Eerste Wereldoorlog werd er ook zaagsel tot houtmeel vermalen. De molen is eigendom van de Vereniging De Zaansche Molen sinds 20 juni 1961 en is sinds 1978 na een grote restauratie weer regelmatig (van april t/m september: 2e zaterdag van de maand) als pelmolen in bedrijf. In 2007/2009 onderging de molen een grote restauratie. Op 25 april 2009 is hij feestelijk heropend. De molen is de enige overgebleven complete pelmolen in Nederland waarbij de molen alleen een pelwerk bezit. Alle andere pelmolens oefenen naast het pellen ook een andere functie uit.

De Dikkert: Olieverf op linnen 60 x 40

 

 

 

 

Geschiedenis:
Houtzaagmolen De Dikkert stond in Zaandam West, op de grens van Zaandam en Koog a.d. Zaan aan de Westzijde. Het is een achtkantige bovenkruier. De molen bleef tot 1896 in bedrijf en werd toen afgebroken en verplaatst naar Amstelveen. Niet alleen het achtkant maar ook beide zaagschuren werden verplaatst. De molen is tot op heden aanwezig in Amstelveen en herbergt een restaurant. Op het erf van de Dikkert werd in de jaren 80 van de vorige eeuw een appartementencomplex gebouwd dat naar de molen is vernoemd.

De Tweeling: Olieverf op linnen 40 x 30

 

 

 

 

Geschiedenis:
De grote houtzaagmolen De Tweeling werd in 1823 nieuw gebouwd voor de Westzaner houthandelaar Jacob Kruijt. Kruijt was sinds het jaar 1812 actief in de houtzagerij met de Westzaner balkenzager De blauwe Kuiper. Het ging Kruijt schijnbaar voor de wind en in 1823 dus breidde hij de zaken uit met de bouw van een nieuwe molen, De Tweeling. De Tweeling was een grote zwaargebouwde bovenkruier waarvan het achtkant met overnaadse planken bekleed was. De eerste steen voor de molen werd gelegd door de kinderen van Jacob Kruijt, een tweeling. Dit tafereel werd vastgelegd in het naambord van de molen. Twee jaar na de bouw van De Tweeling liet Kruijt nog een molen bouwen, dit was De Kruidberg. Deze molen was een kopie van de Tweeling. (verdere informatie kunt u vinden bij de beeldbank voor molens of in het boek 1000 Zaanse molens)

De Vechter: Olieverf op linnen 50 x 30


 
Geschiedenis:
De Vechter was een zeskantige bovenkruier betimmerd met hout. Naast de molen stond een flinke houtloods. Oorspronkelijk stond de molen in Zaandam-West achter het Hollanse pad en deed dienst als schelpenzandmolen. Later werd hij verplaatst naar Zaandam-Oost. Daar deed hij dienst als lattenzager. Op de achtergrond ziet u molen De Jonge Abraham, met daar weer voor het vrachttreintje van Zaandam naar Purmerend. Achter de Jonge Abraham stroomt de Zaan. De molen was voorzien van een cirkelzaag en een stel molenstenen voor het vermalen van specerijen. In 1930 werd de molen getroffen door een windhoos en belandde het zeskant in zijn geheel in de sloot. Er werd een actie gestart om geld op te halen voor de reparatie. Dit lukte maar de molen werd niet veel meer gebruikt. In 1941 wer de molen verkocht en de nieuwe eigenaar liet hem meteen slopen. Meer hierover kunt u lezen bij de Zaansche Molen Beeldbank waar veel van alle bovenstaande gegevens ook vandaan komen.

De Veldmuis of de Kikkert: Olieverf op linnen 30 x 40

 

 

 
Geschiedenis:
In 1689 verkreeg Cornelis Dirchsz Yff de windbrief. De molen stond ooit ten Noorden van de Papenpadsloot. De Veldmuis heeft daar tot 1738 tabaksstelen staan stampen. In dat zelfde jaar verkocht Yff de molen onder de voorwaarde dat hij weggehaald zou worden. Koper Aris Engel deed dat en liet de molen herbouwen ten Westen van Westzaan, langs de Veerzagersloot. In 1916 werd de molen tot stellinghoogte afgebroken. De schuren werden daarna tot 1977 gebruikt door houthandel Piet Kee. Volgens Piet Kee is de molen verscheept naar Amerika tijdens de eerste wereldoorlog. Onderweg zou het schip zijn getorpedeerd en gezonken. Dus waarschijnlijk heeft De Kikkert zijn laatste rustplaats in het water gevonden.

 

 

 

 

Contact opnemen via het contactformulier.

Reageren is niet mogelijk